![]() |
![]() |
|
|
the·a·ter
(het ~, ~s)
1.
uitgaansgelegenheid waar voorstellingen gegeven worden =>
schouwburg.
2. de verschillende
soorten artistieke producties die voor een publiek opgevoerd worden,
zoals drama, cabaret, opera => toneelkunst.
3. aanstellerij.
sport
(de ~, ~en)
1. lichamelijke
bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- of wedstrijdelement
waarbij conditie en vaardigheid vereist zijn, resp. bevorderd worden
en waarvoor bepaalde regels gelden.
2. trede van een ladder. 3. spaak in een stoel. spons (de ~, ~en/sponzen)
1. dier van de
stam Porifera, dat in kolonies in zoet of
zout water leeft.
2. geraamte van sponzen, met een groot vermogen om vloeistoffen op te zuigen en onder druk weer los te laten. 3. zuiplap. roos (de ~, rozen)
1. elk van de planten
uit de rozenfamilie van het geslacht Rosa.
2. de bloem van een rozenstruik. 3. middelpunt van een schietschijf. 4. schilfers van de hoofdhuid => hoofdroos. 5. [bouwk.] kop waarin de naden van een gewelf samenlopen => sluitsteen. 6. onderrand van het gewei van grof wild. Op 21 april speelde Spons 'n Roses haar eerste lange impro in het Filmhuis van Oosterbeek |